Vragen aan het college over Handhaven gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding

In Nederland leven we in een democratische rechtsstaat en een goed functionerende rechtsstaat bestaat bij gratie van het naleven van de wet. Per 1 augustus 2019 gaat de wet Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding van kracht, in de media ook wel het ‘boerkaverbod’ genoemd. De wet geldt voor het openbaar vervoer, ziekenhuizen en overheidsgebouwen. In de pers verschijnen nu berichten dat de openbaarvervoerbedrijven, enkele ziekenhuizen en bepaalde gemeentes het verbod niet gaan handhaven. Ook wordt de suggestie gewekt dat de politie niet zal handhaven op het verbod. De norm in Breda moet zijn dat alle wetten die op democratische wijze stond stand zijn gekomen in letter en geest moeten worden nageleefd.

De Bredase VVD-fractie staat voor het handhaven van alle geldende wetten zoals het een goed functionerende rechtsstaat betaamt; dus ook het boerkaverbod. Het is belangrijk dat ook de gemeente Breda deze wet naleeft net zoals alle andere gemeentes en overheidsdiensten dat moeten doen. Als overheid zou de gemeente Breda het goede voorbeeld aan anderen moeten geven.

Daarom hebben wij de volgende vragen aan het college:

Vraag 1

Is het college bekend met de wet ‘Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’?

Vraag 2

Is het college het met ons eens dat iedereen in Nederland zich aan de wet moet houden?

Vraag 3

Gaan de gemeentelijke diensten het goede voorbeeld geven door deze wet, net zoals andere democratisch geaccordeerde wetten, na te leven?

Vraag 4

Is de wet besproken in de ‘lokale driehoek’ en wat is daar afgesproken over uitvoering en handhaving in Breda?

Vraag 5

Wat kan en gaat het college doen om diensten en medeoverheden ertoe te bewegen het Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding wél te handhaven?


Met vriendelijke groeten,

Arnoud van Vliet