Vragen aan het college over verzoek voorkomen stagnatie van nieuwe werken voor (bouw)aannemers

Allereerst complimenten over de wijze waarop ondernemers in Breda tijdens de coronacrisis worden geïnformeerd en geholpen. Het ondernemersteam is actief en zichtbaar voor ondernemers. Dat geeft vertrouwen en waardering voor de ondernemers die de motor zijn van onze economie.

De VVD kijkt over het hoogtepunt van de “lockdown” heen en voorziet op middellange termijn diverse risico’s voor (bouw)aannemers. Bouwend Nederland verwacht dat de klap van de coronacrisis groter is dan die van de kredietcrisis in 2008. Destijds raakte in de nasleep van de crisis 200.000 vaklieden werkloos. Doemdenken brengt ons niet verder, echter de realiteit moeten wij niet uit het oog verliezen. Om eenzelfde scenario te voorkomen moeten we nu al maatregelen gaan treffen. 

De afgelopen jaren hebben veel bouwbedrijven het erg zwaar gehad. De economische crises was nog niet voorbij of PAS en PFAS deed zijn intrede met alle gevolgen van dien. Toen de verwachtingen begin dit jaar weer enigszins positief waren, werd de wereld geteisterd met het coronavirus. Door het bestrijden van het coronavirus en het opvolgen van de RIVM richtlijnen werken veel ambtenaren thuis. Ondanks alle goede voorzieningen voor het thuiswerken geeft dat mogelijk vertraging in het voorbereiden van nieuwe werken, planvorming en het verlenen van vergunningen. 

Gebleken is dat civiele-, infra- en bouwaannemers op korte termijn de orderportefeuilles gevuld hebben, echter op middellange termijn en zeker richting Q4 en Q1 2021 maken de aannemers zich zorgen. Met name zorgen of dat er wel voldoende werk blijft komen om alle werknemers aan de gang te houden. Het duurt immers een bepaalde periode om werken voor te bereiden, plannen te bedenken en vergunningen verleend te krijgen. 

Tekort aan werkzaamheden en ontslagen in de bouw zullen tevens een negatief effect hebben op de technische opleidingen die zeer conjunctuurgevoelig zijn. Bouwschool Breda is opgenomen in het bestuursakkoord en is het voorbeeld waar bedrijfsleven en onderwijs samenkomen. Er wordt al jaren hard gewerkt om meer jeugd te bewegen naar de techniek. Een beweging die een lange adem vergt en niet zondermeer gestopt mag worden. Zorgen voor voldoende bouwwerkzaamheden garandeert tevens voldoende praktische stageplaatsen en zorgt dat onze regionale jongeren een goede basis krijgen voor een technische toekomst.

Eerder heeft het College aangegeven dat het lokale bedrijfsleven van groot belang is voor de economie, werkgelegenheid en welvaart van onze stad en haar dorpen. De VVD vraagt het college om zich maximaal in te spannen, zodat stagnatie voorkomen kan worden en aannemers op langere termijn onvoldoende werk hebben. In dat kader heeft de VVD Breda de volgende vragen:

Vraag 1

Is het College het met de VVD Breda eens dat bouw/infra/civiele bedrijven niet onnodig zonder werk moeten komen te zitten, doordat er te weinig werk op de markt wordt gebracht vanwege stagnatie in de voorbereiding, planvorming en vergunningen?

Vraag 2

Is het college het met de VVD Breda eens dat voorkomen moet worden dat werknemers hierdoor ontslagen gaan worden? Hoe gaat het college dat voorkomen? 

Vraag 3

Kan het college aangeven dat ondanks het thuiswerken er geen stagnatie zal ontstaan in de planvormingen, voorbereidingen (tekeningen, bestekken, enzovoort) en vergunningen? Hoe is het geregeld dat vragen van derden tijdig worden beantwoord?

Vraag 4

Kan het college aangeven wat de werkvoorraad is die de komende kwartalen op de markt gebracht gaat worden en is dit eenzelfde hoeveelheid als voorgaande perioden/jaren? Hoe wordt er gezorgd voor voldoende continuïteit?

Vraag 5

Indien er minder werk op de markt gebracht gaat worden, wat gaat het college hieraan doen?

Vraag 6

Is het college bereid om toekomstige uitvoeringen van werken naar voren te halen, zodat er op die manier toch voldoende werk voor handen blijft?

Vraag 7

Is het college het met de VVD Breda eens dat de Bouwschool een belangrijk onderdeel is om technisch personeel op te leiden? Dat daarbij praktische stageplaatsen een belangrijk onderdeel van de opleiding is en dat leerlingen tenminste een goed vooruitzicht voor een baan in de bouw moeten hebben? Wat gaat het college doen om te zorgen dat de Bouwschool voldoende leerlingen kan blijven opleiden?

Vraag 8

Indien er te weinig capaciteit voor de voorbereiding aanwezig is, bijvoorbeeld vanwege zieken, is het college dan bereid om gebruik te maken van lokale aannemers die willen helpen bij de voorbereiding (door bijvoorbeeld bouwteams in te zetten)? Of hoe denkt het college dit anders op te lossen?


Wij kijken uit naar de spoedige beantwoording op onze acute vragen.


Met vriendelijke groet,


Raymond Kouwenberg

Fractie VVD Breda


In onderstaande bijlage ziet u de antwoorden van het College van B&W