Vragen aan het college over snottebellenbeleid

Onderwijsorganisatie INOS heeft aangegeven dat verkouden kinderen niet meer welkom zijn op de noodopvang op school. Pas wanneer ouders hun (jonge) kind laten testen, mag het kind naar school. Naar eigen zeggen handelt men op deze wijze in het belang van de veiligheid van leerlingen, docenten en ouders.

Het ministerie van Onderwijs heeft in de media laten weten dat de richtlijn van het RIVM hierover helder is: kinderen met lichte verkoudheidsklachten mogen naar de noodopvang op school. Mede naar aanleiding van de berichtgeving heeft INOS nogmaals aangegeven vast te houden aan haar eigen beleid. Beleid dat niet in lijn is met de landelijke richtlijnen die tot stand zijn gekomen na een zorgvuldige weging van relevante aspecten. 

Noodopvang op scholen is alleen voor ouders die werkzaam zijn in vitale sectoren. Sectoren die door de overheid zijn aangemerkt als vitaal voor het draaiende houden van ons land, bijvoorbeeld zorg, politie, voedselketen etc.

De VVD Breda erkent dat het voor iedereen een moeilijk tijd is. Scholen die worstelen met de combinatie van online onderwijs en fysieke noodopvang. Ouders die moeten thuiswerken en tegelijkertijd hun kinderen moeten onderwijzen. Bedrijven die medewerkers hebben die hun uiterste best om alles te combineren.

INOS geeft aan dat het kabinetsbesluit over het wel/niet continueren van het sluiten van scholen mee te nemen in haar verdere afweging. 

Naar aanleiding van bovenstaande heeft de VVD Breda de volgende vragen:

Vraag 1

Hoe beoordeelt het college het besluit van INOS om af te wijken van vigerende richtlijnen

Vraag 2

Welke impact heeft dit besluit op de uitvoering van vitale functies in Breda, wanneer ouders die in dergelijke functies werken tegen overheidsbeleid in, geen gebruik meer kunnen maken van noodopvang op scholen? Welke gevolgen voorziet het college bijvoorbeeld voor de lokale overbelaste zorg, als medewerkers hierdoor thuis moeten blijven? Welke effecten ziet het college in andere sectoren? 

Vraag 3

Wie bekleedt het bevoegd gezag in dezen? Is het college bereid om, ook als het geen bevoegd gezag is, geen kostbare tijd te verliezen, contact op te nemen met INOS en/of het Ministerie van Onderwijs, zodat de geldende richtlijnen gevolgd worden en kinderen naar school kunnen?


Gezien de urgentie van deze kwestie, vragen wij u deze vragen met gepaste snelheid te behandelen en actie te ondernemen.


Met vriendelijke groet,


Arnoud van Vliet

Carla Kranenborg-van Eerd


In onderstaande bijlage ziet u de antwoorden van het College van B&W