Quickscan gemeenten en triggerfactoren radicalisering

De dreiging van radicalisering zet onze samenleving onder druk. Het kabinet voert samen met partners maatregelen uit, variërend van strafrechtelijke vervolging en het tegengaan van uitreizen, tot het vergroten van de deskundigheid van eerstelijns professionals, het geven van voorlichting op scholen en het ondersteunen van families met geradicaliseerde kinderen.

Het voorkomen van nieuwe aanwas is een belangrijke pijler van het actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme. Om een integrale aanpak verder te versterken hebben minister Asscher en minister Van der Steur een “Quickscan radicalisering en maatschappelijke spanningen” laten uitvoeren. Het betreft een verkennend onderzoek onder 49 gemeenten naar lokale problematiek, beleid en behoeften (zie bijlagen).

Ook in Breda is het mogelijk dat we te maken krijgen met deze problematiek. Het is van groot belang dat betrokkenen kunnen signaleren, reageren en acteren op signalen om radicalisering in een vroegtijdig stadium te herkennen en te voorkomen. Uit de Quickscan blijkt dat bijna één op de drie gemeenten nog onvoldoende mogelijkheden heeft om radicalisering van jongeren aan te pakken. De gemeenten hebben grote behoefte aan een goed netwerk van plaatselijke organisaties en bijvoorbeeld docenten, jongerenwerkers en moskeebestuurders.

De gemeente Breda moet de ambitie hebben radicalisering beter te herkennen en te bestrijden. Het delen van onze kennis en ervaring is van groot belang en een goed netwerk is daarvoor essentieel. Omdat nooit één enkele factor ertoe leidt dat iemand radicaliseert, is goede samenwerking tussen gemeenten, professionals en maatschappelijke organisaties cruciaal.

De VVD Breda heeft hierover de volgende vragen aan het college:

  1. 1. Herkent de gemeente Breda de resultaten van de Quickscan radicalisering en maatschappelijke spanningen?
  2. 2. Is er binnen de gemeente Breda al werk gemaakt om radicalisering in een vroegtijdig stadium te herkennen en er actie op te nemen? En hoe is dit afgestemd met de regio ( bijvoorbeeld de gemeente Tilburg en Dordrecht, waarin dit een expliciet onderdeel vormt van het jongerenwerk)?
  3. 3. Heeft de gemeente Breda voldoende mogelijkheden om radicalisering onder jongeren aan te pakken en kan zij de raad hierover op hoofdlijnen informeren?
  4. 4. Welke behoeften en voornemens heeft de gemeente Breda om het herkennen van radicalisering in een vroegtijdig stadium te verbeteren?
  5. 5. Welke ambities heeft het college als het gaat om integrale lokale antiradicaliseringsbeleid?
  6. 6. Hoe verloopt op dit moment de samenwerking met professionals en maatschappelijke organisaties, waaronder moskeebestuurders en het onderwijsveld en waarin kan dit verbeteren?
  7. 7. Is de gemeente Breda van plan om actief gebruik te maken van de in september toegezegde financiële en inhoudelijke ondersteuning die het Rijk hiervoor biedt?

Met vriendelijke groet,

Daan Quaars


De reactie van het college is in de bijlage te lezen.